AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake bestuurdersaansprakelijkheid en Beklamel-norm bij omgevingsvergunning
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat betrekking had op bestuurdersaansprakelijkheid in het kader van een staking van een hotel wegens niet-verlening van een omgevingsvergunning. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en het arrest van het hof voor het geding in feitelijke instanties.
De klachten van eiser over het arrest van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft besloten geen nadere motivering te geven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van €6.971,34 aan verschotten en €2.200,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door H.M. Wattendorff.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02955
Datum28 januari 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
ACTIFOOD B.V., gevestigd te Oosterwolde,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Actifood,
advocaten: I.M.A. Lintel en T.T. van Zanten.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/18/159670 / HA ZA 15-201 van de rechtbank Noord-Nederland van 18 november 2015, 22 juni 2016 en 7 november 2018;
het arrest in de zaak 200.253.666 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Actifood heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Actifood mede door L. van den Reek
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Actifood begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 28 januari 2022.