ECLI:NL:HR:2022:77

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
25 januari 2022
Zaaknummer
21/00641
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 437 lid 2 SvArt. 552a SvArt. 4.3.3 Procesreglement HR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-rechtsgeldige indiening cassatieschriftuur

In deze zaak heeft de klager beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De kern van het geschil betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarbij is beoordeeld of de brief met producties die aan de rechtbank was toegezonden, tevens als cassatieschriftuur kon worden aangemerkt.

De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager, omdat de brief niet via de voorgeschreven weg en wijze bij de Hoge Raad was ingediend. De Hoge Raad heeft deze conclusie gevolgd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De beslissing benadrukt het belang van het strikt naleven van de vormvoorschriften voor het indienen van cassatieschrifturen, zoals voorgeschreven in artikel 437 lid 2 Sv Pro en het procesreglement van de Hoge Raad. Hierdoor kan een beroep niet in behandeling worden genomen indien niet aan deze voorwaarden is voldaan.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-rechtsgeldige indiening van de cassatieschriftuur.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00641 B
Datum25 januari 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 juli 2020, nummer RK 20-003060, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 januari 2022.