ECLI:NL:HR:2022:758

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2022
Publicatiedatum
23 mei 2022
Zaaknummer
21/03787
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 457 lid 1 sub c Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek poging doodslag Maastricht 2015

In deze zaak is een aanvraag tot herziening ingediend tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch uit 2019, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor poging tot doodslag in Maastricht in 2015. De aanvrager betoogde dat het hof tot vrijspraak zou zijn gekomen indien het bekend was geweest met nieuwe getuigenverklaringen waaruit zou blijken dat niet hij, maar zijn broer het slachtoffer had gestoken.

De Hoge Raad overwoog dat de nieuwe verklaringen niet als een nieuw gegeven in de zin van artikel 457 lid 1 sub c Sv Pro konden worden aangemerkt. De verklaring van een getuige die zou zijn teruggekomen op een eerder belastende verklaring tastte de eerder gebruikte bewijsvoering niet aan. Daarnaast was de verklaring van de broer van de aanvrager, dat hij de dader was, reeds bekend bij het hof. Andere verklaringen die de schuld van de broer bevestigen, werden als onvoldoende gewicht beschouwd.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot afwijzing van de aanvraag, en de Hoge Raad volgde dit advies. De aanvraag tot herziening werd derhalve ongegrond verklaard en afgewezen. Hiermee blijft de veroordeling van vier jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03787 H
Datum24 mei 2022
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 maart 2019, nummer 20-001062-16, ingediend door J.J. Serrarens, advocaat te Beek LB,
namens
[aanvrager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de aanvrager.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het hof heeft de aanvrager veroordeeld voor poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van vier jaren.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.De conclusie van de advocaat-generaal

3.1
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot afwijzing van de aanvraag tot herziening.
3.2
De raadsvrouw van de aanvrager heeft daarop schriftelijk gereageerd.

4.Beoordeling van de aanvraag

4.1
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2
Op de door de advocaat-generaal in haar conclusie vermelde gronden kan het in de aanvraag aangevoerde niet worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv. De aanvraag is dus ongegrond.

5.Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 mei 2022.