Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
25 januari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake gevaar op de weg veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het hof had verdachte veroordeeld, waarna deze cassatie instelde. Namens verdachte diende advocaat J. Boksem de cassatiemiddelen in.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij achtte de Hoge Raad het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen over de toepasselijkheid van artikel 5 WVW Pro 1994 en de verjaring, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is uitgesproken op 25 januari 2022 door de strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president V. van den Brink, met raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers. Het beroep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.