ECLI:NL:HR:2022:70

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
21 januari 2022
Zaaknummer
20/03824
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 8.2 WVW 1994Art. 9.2 WVW 1994
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending aanwezigheidsrecht bij detentie tijdens hoger beroep

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor rijden onder invloed en rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Tijdens de behandeling van het hoger beroep werd verdachte niet in persoon gehoord omdat het hof aannam dat hij vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.

Uit de door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bleek echter dat verdachte op de nacht voorafgaand aan de zitting was aangehouden en nog steeds gedetineerd was tijdens de behandeling van zijn zaak. Hierdoor is het recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht geschonden.

De Hoge Raad volgt de conclusie van de advocaat-generaal en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling waarbij het aanwezigheidsrecht van verdachte wordt gerespecteerd.

Deze beslissing benadrukt het belang van het aanwezigheidsrecht in strafzaken en de noodzaak dat een rechter een gerechtvaardigd vermoeden moet hebben alvorens te oordelen dat een verdachte afstand heeft gedaan van dit recht.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling vanwege schending van het aanwezigheidsrecht van verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03824
Datum25 januari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 november 2020, nummer 20-003054-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.D.M. Klein Selle, advocaat te Oisterwijk, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep en voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 januari 2022.