ECLI:NL:HR:2022:668
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting 2011-2012
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2011 en 2012, alsmede de daarbij behorende beschikking inzake heffingsrente over 2011. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 17 november 2020 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij een klacht werd aangevoerd tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in en belanghebbende een conclusie van repliek. De Hoge Raad heeft de klacht beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet nader, omdat de klacht geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd en de navorderingsaanslagen en heffingsrente definitief zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.