ECLI:NL:HR:2022:656

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 mei 2022
Publicatiedatum
26 april 2022
Zaaknummer
20/01807
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 433 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep bij intrekking principaal cassatieberoep OM

In deze zaak heeft het openbaar ministerie een cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer. Dit principaal beroep is later door het OM ingetrokken. Vervolgens heeft de verdachte op grond van artikel 433 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering een incidenteel cassatieberoep ingesteld. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat dit incidenteel beroep niet-ontvankelijk is, omdat het principaal beroep van het OM is ingetrokken.

De Hoge Raad heeft dit standpunt gevolgd en geoordeeld dat, nu het OM het principaal cassatieberoep heeft ingetrokken, het incidenteel cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er zijn geen cassatiemiddelen namens de verdachte voorgesteld.

De uitspraak bevestigt de ontvankelijkheidsregels in cassatieprocedures en verduidelijkt de gevolgen van intrekking van het principaal cassatieberoep voor het incidenteel beroep van de verdachte. De Hoge Raad heeft het incidenteel cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard en daarmee het beroep afgewezen.

Uitkomst: Het incidenteel cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het principaal cassatieberoep door het OM.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01807 E
Datum10 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 22 augustus 2018, nummer 20-003844-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Dit beroep is later ingetrokken.
De verdachte heeft op grond van artikel 433 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering incidenteel beroep ingesteld. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het incidenteel cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Omdat het openbaar ministerie het principaal beroep heeft ingetrokken, moet de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het incidenteel beroep.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 mei 2022.