ECLI:NL:HR:2022:607
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betrof een geschil over de heffing van deze belasting.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan de zijde van een van de partijen toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het hofarrest in stand.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.