ECLI:NL:HR:2022:574
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtzaak over BPM
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag over het verzet tegen belastingaanslagen BPM (belasting van personenauto's en motorrijwielen). De zaak betrof de door belanghebbende op aangifte betaalde bedragen.
De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier op 22 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.