Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
19 april 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een mensenhandelzaak. De verdachte werd veroordeeld voor meermalen gepleegde mensenhandel. In cassatie werd het verweer dat geen sprake was van misbruik van een kwetsbare positie verworpen.
De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest met betrekking tot de strafmaat wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het hofarrest niet tot vernietiging konden leiden, behalve het middel dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met twee jaar en drie maanden. Het arrest van het hof werd vernietigd voor zover het de strafmaat betrof en het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot twee jaar en drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.