ECLI:NL:HR:2022:546
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Den Haag inzake door haar betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betreft een cassatieprocedure tegen meerdere uitspraken van het hof die het hoger beroep van belanghebbende tegen eerdere rechtbankuitspraken behandelden.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen inhoudelijke motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad besloten geen proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 8 april 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond.