Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 januari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een 17-jarige verdachte die werd vervolgd wegens het niet voldoen aan de verplichting tot het geregeld bezoeken van school, een overtreding van artikel 2.3 van de Leerplichtwet 1969. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld. In cassatie stelde de verdachte dat het hof het verweer van afwezigheid van alle schuld onvoldoende had beoordeeld.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 11 januari 2022. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens schoolverzuim blijft in stand.