ECLI:NL:HR:2022:469

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2022
Publicatiedatum
28 maart 2022
Zaaknummer
21/00884
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie beroep inzake profijtontneming bij oplichting via 0900-nummers

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 februari 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De betrokkene werd verdacht van oplichting door exploitatie van 0900-nummers, waarbij het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel schatte op € 984.186,69. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn legde het hof een betalingsverplichting op van de helft van dit bedrag, namelijk € 492.093,34.

De betrokkene stelde in cassatie onder meer dat het hof het kostenverweer onvoldoende had gemotiveerd en dat het hof had moeten beslissen op het draagkrachtverweer. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada. Het beroep werd verworpen, waarmee het vonnis van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00884 P
Datum29 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 februari 2021, nummer 21-006907-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 maart 2022.