Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
1 februari 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het telen van 608 hennepplanten in een pand aan de [a-straat 1] te [plaats] en het stelen van elektriciteit van Enexis B.V. Het hof baseerde de bewezenverklaring onder meer op verklaringen van verdachte, verbalisanten en getuigen, en technische rapporten over de illegale elektriciteitsaansluiting.
Verdachte stelde dat hij de zolder van zijn woning tegen betaling ter beschikking had gesteld aan derden die de hennepkwekerij zouden hebben opgezet, maar kon deze stelling niet concreet onderbouwen. Het hof achtte deze verklaring onvoldoende aannemelijk en liet de vraag open of de zolder deel uitmaakte van de gehuurde woning.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring dat verdachte zelf opzettelijk de hennep heeft geteeld en elektriciteit heeft weggenomen niet zonder meer uit de gebruikte bewijsvoering kan worden afgeleid. De tegenstrijdigheid in het oordeel over de verklaring van verdachte en het ontbreken van concrete aanwijzingen maken de bewezenverklaring onvoldoende gefundeerd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande dossier. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring en strafoplegging en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.