ECLI:NL:HR:2022:459

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2022
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
20/03515
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis lid 1 sub b SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak witwassen door omzetting van geldbedrag

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor witwassen door het omzetten van een geldbedrag, zoals bedoeld in artikel 420bis lid 1 sub b van het Wetboek van Strafrecht. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had op 21 oktober 2020 uitspraak gedaan in deze strafzaak en het beroep richtte zich tegen dit arrest.

Namens de verdachte werd een cassatiemiddel ingediend door advocaten A.B.E. van Kan en A. Cinar. De advocaat-generaal B.F. Keulen concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is op 29 maart 2022 gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, samen met raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens. Het beroep in cassatie is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03515
Datum29 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 oktober 2020, nummer 20-002421-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben A.B.E. van Kan en A. Cinar, beiden advocaat te Beek, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 maart 2022.