Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:447

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
20/03446
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 249.1 SrArt. 249.2.3 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in ontuchtzaak masseur

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor ontucht, omdat hij tijdens een massage twee vingers tussen de schaamlippen van de aangeefster had gebracht. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat er onvoldoende bewijs was voor zijn opzet op die aanraking.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten over het bewijs en de opzet niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad vond het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 19 april 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03446
Datum19 april 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 oktober 2020, nummer 22-005255-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N.F.M. van Osta, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 april 2022.