Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van 1 januari tot en met 31 december 2012, inclusief een beschikking inzake heffingsrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgde hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 19 maart 2020 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de ingebrachte middelen beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, was een nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 25 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.