ECLI:NL:HR:2022:422
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 2010 en 2011, inclusief een beschikking inzake heffingsrente. Na een uitspraak van de rechtbank en het hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen door belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van zijn oordeel nader te motiveren, omdat de zaak geen vragen bevat die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten aanzien van proceskosten besloot de Hoge Raad geen veroordeling op te leggen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 25 maart 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.