Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonheffingen over het kalenderjaar 2009. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgde hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 19 maart 2020 uitspraak deed. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het Hof kunnen leiden. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproept, is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch in stand, waarmee de naheffingsaanslag loonheffingen over 2009 definitief is bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.