Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:404

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2022
Publicatiedatum
18 maart 2022
Zaaknummer
21/00631
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak fietsendiefstal en strafoplegging

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor fietsendiefstal. Hij stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarin onder meer werd geoordeeld dat hij zich herhaaldelijk aan fietsendiefstal had schuldig gemaakt en dat hij eerder in beroep was gegaan tegen een veroordeling met bijzondere voorwaarden.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld, waaronder de klacht dat het hof ten onrechte had vastgesteld dat de verdachte zich "heel vaak" aan fietsendiefstal had schuldig gemaakt en de klacht over de verwijzing naar eerdere beroepsprocedures. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen.

De Hoge Raad zag geen noodzaak om de gronden van het oordeel van het hof nader te motiveren, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 5 april 2022.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00631
Datum5 april 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2021, nummer 21-001258-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben I.T.H.L. van de Bergh en T. Straten, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 april 2022.