ECLI:NL:HR:2022:384
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in een belastingzaak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
Ondanks deze aanmaning heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende opnieuw aangeschreven met de mogelijkheid om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Ook van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 18 maart 2022 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.