Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
25 januari 2022.
Hoge Raad
De aanvrager is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor valsheid in geschrift tot een gevangenisstraf van twee maanden. Tegen dit arrest is een aanvraag tot herziening ingediend bij de Hoge Raad.
De aanvraag baseert zich op een conclusie van de advocaat-generaal in een andere strafzaak, waarin werd geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad overweegt dat deze conclusie, ondanks inhoudelijke verschillen tussen de zaken, geen nieuw gegeven is in de zin van artikel 457 lid 1 sub c van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Daarom is de aanvraag tot herziening kennelijk ongegrond en wordt deze afgewezen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het eerdere arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens kennelijke ongegrondheid.