Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
8 maart 2022.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde op 8 maart 2022 een aanvraag tot herziening van een arrest van het gerechtshof Arnhem uit 2001. De aanvraagster was in dat arrest veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon, en kreeg een geldboete opgelegd.
De aanvraag tot herziening werd door de Hoge Raad als kennelijk ongegrond beoordeeld. De motivering voor deze afwijzing is opgenomen in een gerelateerd arrest (ECLI:NL:HR:2022:303). Er werd geen inhoudelijke herziening van het oorspronkelijke vonnis toegestaan.
De uitspraak bevestigt het eerdere oordeel van het hof en sluit de mogelijkheid tot herziening in deze strafzaak uit. Daarmee blijft de veroordeling en opgelegde geldboete ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de geldboete van 100.000 gulden.