ECLI:NL:HR:2022:306

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
21/04175
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag tot herziening in zaak beleggingsfraude en medeplegen valsheid in geschrift

De Hoge Raad behandelde op 8 maart 2022 een aanvraag tot herziening van een arrest van het gerechtshof Arnhem uit 2001. De aanvraagster was in dat arrest veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon, en kreeg een geldboete opgelegd.

De aanvraag tot herziening werd door de Hoge Raad als kennelijk ongegrond beoordeeld. De motivering voor deze afwijzing is opgenomen in een gerelateerd arrest (ECLI:NL:HR:2022:303). Er werd geen inhoudelijke herziening van het oorspronkelijke vonnis toegestaan.

De uitspraak bevestigt het eerdere oordeel van het hof en sluit de mogelijkheid tot herziening in deze strafzaak uit. Daarmee blijft de veroordeling en opgelegde geldboete ongewijzigd.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de geldboete van 100.000 gulden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04175 H
Datum8 maart 2022
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof te Arnhem van 19 juli 2001, nummer 21-001966-00, ingediend door R.F.D. Keuning, advocaat te Berkel en Rodenrijs,
namens
[aanvraagster],
hierna: de aanvraagster.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het hof heeft in hoger beroep de aanvraagster voor onder meer - kort gezegd - het medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een geldboete van 100.000 gulden.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.Beoordeling van de aanvraag

De aanvraag is kennelijk ongegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 21/04174, ECLI:NL:HR:2022:303.

4.Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 maart 2022.