Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Den Haag,
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
18 februari 2022.
Hoge Raad
Eisers hebben tegen een arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 30c lid 1 Rv en artikel 407 lid 3 Rv Pro. De procesinleiding is niet elektronisch ingediend en er is geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen die eisers vertegenwoordigt.
Eisers hadden de mogelijkheid om deze tekortkomingen binnen twee weken te herstellen door een nieuwe procesinleiding in te dienen die aan de wettelijke eisen voldoet. Zij hebben echter geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad verwijst voor het verloop van het geding in de feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag. Het arrest is op 18 februari 2022 gewezen door de raadsheren Tanja-van den Broek, ter Heide, Makkink en Wattendorff.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van procesinleidingsvereisten.