ECLI:NL:HR:2022:244

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
20/03255
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake opzegging energieovereenkomst door kredietratingverlaging

In deze zaak stond de opzegging van een overeenkomst tot levering van energie centraal, waarbij PZEM de overeenkomst opzegde wegens de inwerkingtreding van de Splitsingswet en een verlaging van de kredietrating van de afnemer, Buitengaats c.s. De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag hadden eerder over deze kwestie geoordeeld.

Buitengaats c.s. stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde Buitengaats c.s. tot betaling van de proceskosten aan PZEM. Het arrest werd gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer H.M. Wattendorff.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Buitengaats c.s. wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/03255
Datum18 februari 2022
ARREST
In de zaak van
1. BUITENGAATS C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. ZEEENERGIE C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Buitengaats c.s.,
advocaten: J.W.H. van Wijk en G.C. Nieuwland,
tegen
PZEM ENERGY B.V.,
gevestigd te Middelburg,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: PZEM,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/10/550266 / HA ZA 18-473 van de rechtbank Rotterdam van 22 mei 2019, hersteld bij vonnis van 26 juni 2019;
het arrest in de zaak 200.260.948/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 juli 2020.
Buitengaats c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
PZEM heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor PZEM mede door J.K.G. Meijer en C.F.B. Groot Rouwen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Buitengaats c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Buitengaats c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PZEM begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
18 februari 2022.