ECLI:NL:HR:2022:1895

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
21/00740
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285.1 SrArt. 358 SvArt. 359 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken gemotiveerde beslissing op psychisch stoornis verweer bij bedreiging

De verdachte werd in hoger beroep door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor meermalen gepleegde bedreiging. In cassatie klaagde de verdediging dat het hof niet had beslist op het verweer dat de verdachte wegens een psychische stoornis niet strafbaar is en daarom ontslagen moet worden van alle rechtsvervolging.

De Hoge Raad constateerde dat het hof, gelet op de pleitnota van de raadsman en de artikelen 358 en 359 Sv, op straffe van nietigheid een gemotiveerde beslissing had moeten geven op dit verweer. Nu het hof dit naliet en het vonnis van de rechtbank bevestigde zonder aanvullende motivering, was het middel gegrond.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij het hof alsnog gemotiveerd op het verweer moet ingaan.

De zaak betreft bedreigingen gepleegd in januari en juni 2020, waarbij de verdachte onder meer dreigde met woorden als "Zal ik je onder de trein gooien" en "Moet ik een pistool halen en iemand neerschieten". De verdediging voerde dat de verdachte lijdt aan schizofrenie en andere stoornissen, waardoor de feiten hem niet kunnen worden toegerekend.

De Hoge Raad benadrukte het belang van een volledige motivering bij het niet-ontvankelijk verklaren van een verdachte op grond van psychische stoornis en handhaafde het beginsel dat een dergelijk verweer niet mag worden genegeerd.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met een gemotiveerde beslissing op het psychische stoornis verweer.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00740
Datum20 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 februari 2021, nummer 23-002163-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.T. Poort, advocaat te Beverwijk, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op basis van het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof niet heeft beslist op het namens de verdachte gevoerde verweer dat de feiten wegens een psychische stoornis niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend en dat hij als gevolg daarvan moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
2.2.1
Het hof heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank bevestigd, zonder aanvulling van gronden. In dat vonnis is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
- in de zaak met parketnummer 15-023161-20
“hij op of omstreeks 27 januari 2020 te [plaats] [aangeefster 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangeefster 1] dreigend de woorden toe te voegen “Zal ik je onder de trein gooien” en/of “ik gooi je voor de trein”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.”
- in de zaak met parketnummer 15-157693-20
“hij op 16 juni 2020 te [plaats], [aangeefster 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangeefster 2] dreigend de woorden toe te voegen “Moet ik een pistool halen en iemand neerschieten om geholpen te worden. Vroeger was ik een crimineel en had ik een 9 millimeter onder mijn kussen liggen”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.”
2.2.2
Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar het woord gevoerd overeenkomstig de pleitnota die aan het proces-verbaal is gehecht. Deze pleitnota houdt onder meer in:
“2. Allereerst parketnummer 15-023161-20. In die zaak wordt cliënt verweten dat hij op 27 januari 2020 [aangeefster 1] zou hebben bedreigd door te zeggen “zal ik je onder de trein gooien?” dan wel “ik gooi je voor de trein”. (...)
9. Uiterst subsidiair verzoek ik u cliënt te ontslaan van alle rechtsvervolging aangezien hij in ieder geval als dader niet strafbaar is en het feit hem niet kan worden toegerekend. Daarvoor is van belang dat cliënt, zoals gezegd, meerdere stoornissen heeft. Ter onderbouwing heb ik aan de pleitnota een beschikking van de gemeente Haarlem gevoegd waaruit blijkt dat cliënt een indicatie voor beschermd wonen verlengd heeft gekregen op grond van zijn persoonlijkheid. Daarin wordt duidelijk uiteengezet dat er bij cliënt sprake is van schizofrenie van het paranoïde type, een psychische stoornis niet anderszins omschreven, zwakbegaafdheid en cannabisafhankelijkheid. Cliënt heeft bij Dijk en Duin gezeten, alsmede Palier, Triversum en het RIBW en heeft daarnaast meerdere keren een RM gehad. Tegen die achtergrond moge duidelijk zijn dat cliënt dit feit niet kan worden toegerekend zodat, eveneens blijkens bijgevoegde sepotbeslissing van een soortgelijk feit ook al is beslist, hij dient te worden ontslagen van rechtsvervolging, reden waarom ik uw hof daartoe verzoek.
10. Dan het feit met parketnummer 15-157693-20. Waar zijn we? Nou nog steeds bij het RIBW waar cliënt, wederom vanuit zijn stoornis, woorden bezigt in de trant van “Moet ik een pistool halen en iemand neerschieten om geholpen te worden. Vroeger was ik een crimineel en had ik een 9 millimeter onder mijn kussen liggen.” (...)
11. En als we dan dus weer kijken naar de omstandigheden van het geval en de persoon van cliënt daarbij betrekken, dan wordt dus duidelijk dat cliënt precies conform zijn stoornis handelt. Hij denkt dat de wereld tegen hem is, dat is die schizofrenie van het paranoïde type en roept dan domme dingen of hij je voor de trein moet gooien of dat hij vroeger een 9 millimeter onder zijn kussen had liggen. Dat is uiteraard niet waar. Cliënt waant zich ook een Youtube-ster met miljoenen volgers, ook dat is uiteraard niet waar.
(...)
14. Wederom verzoek ik u subsidiair tot ontslag van alle rechtsvervolging te komen. In eerste instantie omdat er om de eerdergenoemde reden geen sprake is van een strafbaar feit, dan wel subsidiair omdat het feit niet aan cliënt als strafbare dader kan worden toegerekend. Gelet op al hetgeen hiervoor is opgemerkt over de persoon van cliënt is hij geen strafbare dader, zodat OVAR dient te volgen.”
2.3
Er is dus in hoger beroep een verweer gevoerd waarop het hof gelet op de artikelen 358 en 359 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing had moeten geven. Nu zo’n beslissing in de door het hof bevestigde uitspraak van de rechtbank niet voorkomt, is het cassatiemiddel in zoverre gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2022.