Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
15 februari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die als politieagent op een man schoot die na een lange achtervolging en waarschuwingsschoten rennend over een weiland aan zijn aanhouding probeerde te ontkomen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling. In cassatie stelde de verdachte dat het vuurwapengebruik geoorloofd was op grond van de ambtsinstructie voor politie en dat hij handelde ter uitvoering van een wettelijk voorschrift zoals bedoeld in art. 42 Sr Pro.
Daarnaast voerde de verdachte aan dat sprake was van verontschuldigbare dwaling over de situatie, verwijzend naar art. 7.1.a van de Ambtsinstructie. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hof terecht en voldoende gemotiveerd deze verweren heeft verworpen. De klachten van de verdachte konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep in cassatie is verworpen, waarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor poging tot zware mishandeling.