ECLI:NL:HR:2022:188

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 februari 2022
Publicatiedatum
14 februari 2022
Zaaknummer
20/01083
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 lid 1 SrArt. 42 SrArt. 7.1.a AmbtsinstructieArt. 7.1.b AmbtsinstructieArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling poging zware mishandeling door politieagent na achtervolging

De zaak betreft een verdachte die als politieagent op een man schoot die na een lange achtervolging en waarschuwingsschoten rennend over een weiland aan zijn aanhouding probeerde te ontkomen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling. In cassatie stelde de verdachte dat het vuurwapengebruik geoorloofd was op grond van de ambtsinstructie voor politie en dat hij handelde ter uitvoering van een wettelijk voorschrift zoals bedoeld in art. 42 Sr Pro.

Daarnaast voerde de verdachte aan dat sprake was van verontschuldigbare dwaling over de situatie, verwijzend naar art. 7.1.a van de Ambtsinstructie. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hof terecht en voldoende gemotiveerd deze verweren heeft verworpen. De klachten van de verdachte konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep in cassatie is verworpen, waarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden ongewijzigd blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor poging tot zware mishandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01083
Datum15 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 maart 2020, nummer 21-004249-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.G.J.A. Knoops, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 februari 2022.