Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
3.Beslissing
20 december 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond de doodslag op de partner centraal, waarbij het hof Den Haag een gevangenisstraf van 11 jaar oplegde, na aftrek van strafkorting wegens overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder over de strafmotivering, de toepassing van het EVRM en IVBPR, en de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering tot shockschade.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opriepen.
Het beroep van de verdachte is derhalve verworpen. De uitspraak bevestigt de strafoplegging en de afwijzing van de vordering tot shockschade door het hof. Hiermee is het arrest van het hof Den Haag van 16 november 2021 ongewijzigd in stand gebleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met een gevangenisstraf van 11 jaar blijft in stand.