ECLI:NL:HR:2022:1868

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
15 december 2022
Zaaknummer
21/04870
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 SrArt. 7 EVRMArt. 15 IVBPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak doodslag op partner met strafmotivering en shockschade

In deze zaak stond de doodslag op de partner centraal, waarbij het hof Den Haag een gevangenisstraf van 11 jaar oplegde, na aftrek van strafkorting wegens overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder over de strafmotivering, de toepassing van het EVRM en IVBPR, en de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering tot shockschade.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opriepen.

Het beroep van de verdachte is derhalve verworpen. De uitspraak bevestigt de strafoplegging en de afwijzing van de vordering tot shockschade door het hof. Hiermee is het arrest van het hof Den Haag van 16 november 2021 ongewijzigd in stand gebleven.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met een gevangenisstraf van 11 jaar blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04870
Datum20 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 november 2021, nummer 22-000453-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben E.A. Blok en J. Vermaat, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft N. Stolk, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.
Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2022.