ECLI:NL:HR:2022:186

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 februari 2022
Publicatiedatum
11 februari 2022
Zaaknummer
21/03036
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 321 SrArt. 287 SrArt. 5 WVW 1994Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak medeplegen verduistering en poging tot doodslag

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van verduistering van een personenauto, meermalen gepleegde poging tot doodslag en het veroorzaken van gevaar op de weg door met hoge snelheid in te rijden op politieauto's tijdens een vlucht in Emmen in 2020.

Na een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juli 2021 stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De procureur-generaal kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over de ontvankelijkheid en inhoud van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada op 15 februari 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03036
Datum15 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juli 2021, nummer 21-004265-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.A. Koning, advocaat te Ees, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 februari 2022.