Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
15 februari 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van verduistering van een personenauto, meermalen gepleegde poging tot doodslag en het veroorzaken van gevaar op de weg door met hoge snelheid in te rijden op politieauto's tijdens een vlucht in Emmen in 2020.
Na een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juli 2021 stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De procureur-generaal kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over de ontvankelijkheid en inhoud van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada op 15 februari 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest blijft in stand.