Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
6 december 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd verdachte verdacht van mishandeling met de dood tot gevolg, gepleegd in 2020 te Simpelveld. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte eerder veroordeeld. Verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, maar stelde geen cassatiemiddelen op.
De Hoge Raad beoordeelde vervolgens de ontvankelijkheid van het beroep. Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een advocaat namens de verdachte binnen een bepaalde termijn schriftelijk cassatiemiddelen indienen. Deze verplichting was niet nagekomen.
Daarom kon de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het arrest werd gewezen door raadsheer C. Caminada op 6 december 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.