Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
29 november 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak, betrekkende op medeplegen van gekwalificeerde doodslag, moord, wegmaken van een lijk en vuurwapenbezit in Sint Maarten in 2016, heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 8 maart 2022.
De verdachte heeft echter geen cassatiemiddelen ingediend binnen de door de wet gestelde termijn, waardoor het beroep niet ontvankelijk is. De Hoge Raad toetst niet inhoudelijk aan de zaak maar verklaart het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest is gewezen door raadsheer C. Caminada en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 29 november 2022. Hiermee blijft het arrest van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.