ECLI:NL:HR:2022:1760

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
25 november 2022
Zaaknummer
21/01797
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerijen

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene centraal, waarbij het hof Arnhem-Leeuwarden op 20 april 2021 een uitspraak deed. De betrokkene had in hoger beroep verzocht om het horen van zes getuigen, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat de klachten over het oordeel van het hof niet leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad stelde vast dat het niet nodig was om de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht te beantwoorden, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad werd gevolgd. Hiermee blijft het oordeel van het hof staan dat het verzoek tot het horen van getuigen onvoldoende was onderbouwd en dat het hof aannemelijk mocht achten dat de betrokkene over een langere periode dan bewezenverklaard voordeel heeft genoten.

Het arrest werd op 29 november 2022 uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada het arrest hebben gewezen. De beslissing bevestigt het belang van een degelijke onderbouwing van verzoeken in hoger beroep en bevestigt het oordeel van het hof over de ontnemingsvordering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01797 P
Datum29 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 april 2021, nummer 21-001100-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 november 2022.