Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
29 november 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor het telen van 533 hennepplanten. De verdediging verzocht in hoger beroep om het horen van meerdere getuigen, waaronder een getuige die verklaringen had afgelegd met belastende strekking. Dit verzoek werd door het hof afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en omdat de verklaring van de getuige feiten betrof die door de verdachte niet werden betwist.
De Hoge Raad overwoog dat volgens het arrest HR:2021:576 (post-Keskin) het belang bij het horen van een getuige met een eerder afgelegde belastende verklaring moet worden voorondersteld, tenzij het horen geen toegevoegde waarde heeft. In deze zaak erkende de verdachte zelf dat hij vrijwel dagelijks bij het huis kwam waar de hennepkwekerij was gevestigd, hetgeen overeenkomt met de verklaring van de getuige. Hierdoor was het horen van deze getuige niet noodzakelijk voor de bewijsvoering.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht het verzoek tot het horen van de getuige had afgewezen en verwierp het cassatieberoep. Ook de overige klachten van de verdediging konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het arrest waarin de verdachte is veroordeeld voor het telen van hennep.