Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
15 november 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor belaging, waarbij hij gedurende ruim een maand herhaaldelijk bedreigende e-mails stuurde en zich in de nabijheid van het slachtoffer ophield. Het hof legde een gevangenisstraf van vijf maanden op, waarvan één maand voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht.
Het hof verklaarde deze bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar, omdat er ernstig rekening mee moest worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zou plegen dat de onaantastbaarheid van het lichaam van personen zou bedreigen.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat het bewezenverklaarde feit gericht was tegen de lichamelijke onaantastbaarheid en dat er ernstig rekening mee gehouden moet worden dat de verdachte opnieuw zo’n feit zal plegen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid, maar verwerpt het beroep voor het overige en laat de veroordeling in stand.
De uitspraak benadrukt de motiveringsplicht van de rechter bij het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden en bevestigt dat dergelijke bevelen pas mogen worden gegeven indien duidelijk is dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Uitkomst: Het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht wordt vernietigd, de veroordeling blijft in stand.