ECLI:NL:HR:2022:1628
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof deed op 29 juni 2021 uitspraak, waartegen belanghebbende cassatieberoep instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om inhoudelijk te motiveren, omdat de beoordeling geen vragen betrof die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 11 november 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad. Hiermee is het cassatieberoep ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.