ECLI:NL:HR:2022:1627

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
22/00509
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak heeft de Hoge Raad het verzoek om herziening van een eerder arrest beoordeeld. Het verzoek betrof een belastingrechtelijke kwestie waarbij belanghebbende een herziening van het arrest van 1 april 2022 had ingediend.

Na beoordeling en advies van de procureur-generaal heeft de Hoge Raad geconcludeerd dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie is het verzoek daarom zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad heeft tevens besloten dat er geen aanleiding is om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden op 11 november 2022.

Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/00509
Datum11 november 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 1 april 2022, nr. 21/02481, ECLI:NL:HR:2022:487.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022.