ECLI:NL:HR:2022:1408

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2022
Publicatiedatum
7 oktober 2022
Zaaknummer
20/04279
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.7 WVW 1994Art. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken geldige volmacht en onvoldoende cassatiemiddelen

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De raadsman diende namens de verdachte een schriftuur in, maar deze voldeed niet aan de wettelijke vereisten voor cassatiemiddelen. De klacht dat de verdachte zich in zijn verdediging geschaad acht omdat hij niet op de zitting van het hof was verschenen, werd niet als een geldig cassatiemiddel aangemerkt.

De Hoge Raad benadrukte dat alleen stellige en duidelijke klachten over schending van rechtsregels of vormvoorschriften door de bestreden rechter als cassatiemiddelen kunnen worden beschouwd. Omdat de schriftuur hier niet aan voldeed, bleef deze onbesproken. Daarnaast ontbrak een verklaring van de raadsman dat hij door de verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van het cassatieberoep, waardoor ook niet was voldaan aan de vereisten van artikel 437 lid 2 Sv Pro.

Hierdoor kon de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling nemen en verklaarde het niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 11 oktober 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van geldige cassatiemiddelen en volmacht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04279
Datum11 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 september 2020, nummer 20-002311-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I. Wudka, advocaat te Maastricht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 oktober 2022.