Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag, dat op 15 juli 2021 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ingebrachte middelen beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand en is het geschil definitief beslecht.
Het arrest werd op 7 oktober 2022 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra betrokken waren.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag.