Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1375

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2022
Publicatiedatum
6 oktober 2022
Zaaknummer
21/03685
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over bromfietsverzekering en letselschade zonder vernietiging

In deze zaak stond de vraag centraal of het hof terecht had geoordeeld over een vordering tot terugbetaling van betaalde voorschotten en vergoeding van onderzoekskosten in het kader van een bromfietsverzekering met opzittendendendekking. De eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden, die de vorderingen van eiser hadden afgewezen.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de arresten. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiser in de proceskosten van het cassatiegeding. De zaak betreft onder meer de toepassing van de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek en de vraag of er sprake was van een redelijk vermoeden van fraude en onrechtmatig verkregen bewijs, maar deze aspecten zijn door de Hoge Raad niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03685
Datum7 oktober 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
UNIGARANT N.V.,
gevestigd te Hoogeveen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Unigarant,
advocaat: aanvankelijk K. Teuben, thans P.J. Tanja.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/19/111178 / HA ZA 15-166 van de rechtbank Noord-Nederland van 10 oktober 2018, 22 mei 2019 en 21 augustus 2019;
de arresten in de zaak 200.268.909/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2020, 20 oktober 2020 en 1 juni 2021.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof van 20 oktober 2020 en 1 juni 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Unigarant heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Unigarant begroot op € 2.876,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
7 oktober 2022.