ECLI:NL:HR:2022:1373

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2022
Publicatiedatum
6 oktober 2022
Zaaknummer
21/03693
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:668 lid 1 BWArt. 7:668 lid 3 BWArt. 6:248 lid 2 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep over aanzegplicht arbeidsovereenkomst bepaalde tijd

Maxs NL B.V. stelde cassatieberoep in tegen beschikkingen van het hof Arnhem-Leeuwarden in een arbeidsrechtelijke zaak over de aanzegplicht bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en de verschuldigdheid van een aanzegvergoeding. De werknemer had gesteld dat de mondelinge aanzegging niet voldeed aan de schriftelijke eis, maar geen nadeel had geleden.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de kantonrechter en het hof en beoordeelt de klachten van Maxs. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de hofbeschikkingen en dat het niet nodig is om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Maxs in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt dat het beroep op de aanzegvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is, ook als de aanzegging mondeling is gedaan en de werknemer geen nadeel heeft ondervonden.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de kostenveroordeling tegen Maxs.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03693
Datum7 oktober 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
MAXS NL B.V.,
gevestigd te Ermelo,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: Maxs,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
[werknemer],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de werknemer,
advocaat: S.F. Sagel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 8289796 HA VERZ 20-6 van de kantonrechter te Apeldoorn van 12 maart 2020;
de beschikkingen in de zaak 200.278.324 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 oktober 2020 en 31 mei 2021.
Maxs heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De werknemer heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Maxs heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Maxs in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [werknemer] begroot op € 418,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Maxs deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
7 oktober 2022.