ECLI:NL:HR:2022:134
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2000, inclusief de beschikking over heffingsrente. De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de rechtsvragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2022. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt het beroep van belanghebbende verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.