Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
30 september 2022.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een cassatieberoep van betrokkene tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam betreffende een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg op grond van de Wvggz. Betrokkene weigerde zich te laten horen door niet naar de gesprekskamer te komen en op het toilet in haar kamer te blijven zitten. De rechtbank had vastgesteld dat zij niet bereid was zich te doen horen.
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van betrokkene schriftelijk heeft gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en daarmee de beschikking in stand gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking inzake de machtiging tot verplichte zorg blijft in stand.