ECLI:NL:HR:2022:128

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2022
Publicatiedatum
3 februari 2022
Zaaknummer
21/00571
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 36e lid 3 Wetboek van Strafrecht (oud)
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming uit handel in vuurwerk

De betrokkene werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de handel in vuurwerk. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had in eerste aanleg geoordeeld over deze vordering, waarbij onder meer de methode van eenvoudige kasopstelling werd toegepast volgens art. 36e.3 (oud) Sr.

De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld maar oordeelde dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad bevestigde dat de betrokkene geen voordeel had genoten en dat de toegepaste matiging van de betalingsverplichting wegens overschrijding van de redelijke termijn in de feitelijke aanleg onbegrijpelijk was. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00571 P
Datum8 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 februari 2021, nummer 20-001953-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft C. Mohr, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 maart 2022.