Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
13 september 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die in 2019 in Amsterdam een 68-jarige vrouw in het openbaar mishandelde en verkrachtte, wat leidde tot haar coma en overlijden na zeven weken. De verdachte werd veroordeeld voor doodslag, bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en verkrachting. In hoger beroep werd een verzoek tot nader gedragsdeskundig onderzoek afgewezen door het hof, omdat de deskundige had aangegeven dat dit waarschijnlijk geen nieuwe inzichten zou opleveren.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, maar constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden.
Vanwege deze termijnoverschrijding werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd met zes jaren, waardoor de duur werd vastgesteld op vijf jaar en negen maanden. De overige onderdelen van het arrest van het hof bleven in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 13 september 2022.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vijf jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.