Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond een oud-staatssecretaris terecht wegens feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting door twee rechtspersonen, meermalen gepleegd. Het hof Amsterdam had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, met vermindering daarvan volgens de gebruikelijke maatstaf. De overige klachten werden verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de inhoudelijke uitspraak van het hof niet tot vernietiging konden leiden. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot vermindering van de taakstraf tot 95 uren, subsidiair 47 dagen hechtenis.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de taakstraf en de vervangende hechtenis en wees het beroep voor het overige af. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 12 juli 2022.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 95 uren, subsidiair 47 dagen hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn.