Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
18 januari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor zware mishandeling, mishandeling, vrijheidsberoving, diefstal met bedreiging, afpersing en bedreiging, gepleegd in 2018 in Enschede tegen zijn ex-vriendin en haar nieuwe partner.
De verdachte stelde zich in cassatie op het standpunt dat het hof onjuist had geoordeeld, maar de procureur-generaal bij de Hoge Raad bracht geen schriftelijk advies uit. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand en is de opgelegde maatregel van TBS met dwangverpleging bevestigd.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, en uitgesproken op 18 januari 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest en de opgelegde TBS-maatregel in stand blijven.