AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt arrest over waarschuwingsplicht campingexploitant jegens chalet-eigenaar
In deze zaak stond centraal de vraag of een campingexploitant een waarschuwingsplicht had jegens de eigenaar van een chalet dat op de camping was geplaatst, met betrekking tot het voornemen van een derde om het chalet op te halen.
Eiser stelde dat de campingexploitant onvoldoende had gewaarschuwd, maar het hof had eerder geoordeeld dat deze waarschuwingsplicht niet bestond. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81 lid 1 ROPro. Het beroep is verworpen en eiser is in de kosten van het geding in cassatie veroordeeld, welke nihil zijn vastgesteld.
Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01431
Datum25 juni 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
1. [verweerster 1], wonende te [woonplaats],
2. de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [erflater],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerster],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaken C/08/202497 / HA ZA 17-257 en C/08/209481 / HA ZA 17-489 van de rechtbank Overijssel van 23 augustus 2017, 25 oktober 2017 en 4 april 2018;
de arresten in de zaak 200.238.490/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 september 2018, 24 september 2019 en 21 januari 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 21 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 juni 2021.