ECLI:NL:HR:2021:972
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over afvalstoffenbelasting jaren 2015-2016
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over de door haar betaalde afvalstoffenbelasting over de jaren 2015 en 2016. De zaak betreft een fiscale geschil over de heffing van afvalstoffenbelasting.
Na beoordeling van de ingediende middelen concludeerde de Hoge Raad dat deze middelen niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee werd het oordeel van het hof bekrachtigd en bleef de aanslag afvalstoffenbelasting ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag wordt bekrachtigd.