ECLI:NL:HR:2021:939

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2021
Publicatiedatum
14 juni 2021
Zaaknummer
20/00714
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249.1 SrArt. 81.1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 36f SrArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel en toepassing gijzeling

In deze strafzaak stond de vraag centraal of het hof terecht vervangende hechtenis had toegepast bij een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de verdachte, die als masseur meermalen ontucht had gepleegd met een mannelijke patiënt. De verdachte had cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het bewijs en de betrouwbaarheid van verklaringen onvoldoende waren om het hofarrest te vernietigen. Wel werd geoordeeld dat de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel onjuist was. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de vervangende hechtenis betrof.

Daarnaast bepaalde de Hoge Raad dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef voor de overige onderdelen.

Deze uitspraak bevestigt de mogelijkheid om bij niet-nakoming van een schadevergoedingsmaatregel gijzeling toe te passen in plaats van vervangende hechtenis, en verduidelijkt de grenzen van de toepassing van strafrechtelijke dwangmiddelen bij schadevergoedingsmaatregelen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00714
Datum15 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 februari 2020, nummer 21-001567-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat bij de schadevergoedingsmaatregel gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
3.2
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het in het door het hof bevestigde vonnis genoemde slachtoffer het in het vonnis vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het vonnis genoemde aantal dagen hechtenis.
3.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het in het door het hof bevestigde vonnis genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 juni 2021.