ECLI:NL:HR:2021:89

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
20 januari 2021
Zaaknummer
19/03310
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatiebeslissing inzake belasting van personenauto's en motorrijwielen

Belanghebbende, een vennootschap onder firma, stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betrof de door belanghebbende over de periode maart 2017 tot en met mei 2017 betaalde belasting op personenauto's en motorrijwielen. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motieven van het oordeel nader toe te lichten, omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarnaast werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2021. Hiermee kwam een einde aan de cassatieprocedure in deze fiscale bestuursrechtelijke zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/03310
Datum22 januari 2021
ARREST
in de zaak van
[X] V.O.F. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juni 2019, nr. 18/00487, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 17/8290 en BRE 17/8291) betreffende de door belanghebbende over de in de periode maart 2017 tot en met mei 2017 gelegen tijdvakken op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2021.